Stichting Advaya

Wat is Advaya?

De Stichting Advaya is opgericht als een raamwerk voor het werk van Philip Renard, dat zowel in ontmoetingen als in geschriften beoogt Non-dualiteit (Advaya) in het centrum van de aandacht te brengen.
Dit raamwerk biedt enerzijds een link met de (non-dualistische) tradities, uit dankbaarheid en respect voor wat deze aan waarheid hebben doorgegeven, en anderzijds een open ruimte waarin alle tradities zijn doorgeknipt, en waarin volledig geput wordt uit dat wat nu is — wat neerkomt op louter niet-weten.
De Stichting Advaya is in het leven geroepen als instrument om het voor een ieder mogelijk te maken zijn wezenlijke natuur te herkennen. Wanneer deze herkenning gerijpt is, en stabilisatie hierin het geval is, kan er gesproken worden van ‘Zelf-realisatie’.

Dit begrip ‘Zelf-realisatie’ is ontleend aan oosterse bevrijdingswegen, zoals Advaita Vedanta en Mahayana Boeddhisme. In deze benaderingen wordt onderwezen dat het mogelijk is om in dit leven bevrijd te worden van de identificatie met de in de mens aanwezige latente geneigdheden, die de oorzaak zijn van talloze emotionele herhalingen en gewoontepatronen, en die iemand de suggestie geven een continuerende ‘persoon’ te zijn.

Het universele gegeven

Tal van scholen en leraren van de genoemde oosterse bevrijdingswegen hebben als afzonderlijke groeperingen het Westen bereikt, ieder met een boodschap die ogenschijnlijk verschilt van die van de ander. Bij nauwkeurig onderzoek blijkt dat het bij een aantal van deze scholen in de kern om exact hetzelfde gaat, een universeel iets, ondanks de verschillende manieren van praten en kleden. Het exotische karakter kan verbloemen dat het om een universeel gegeven gaat.

De Stichting Advaya is opgericht om dit universele gegeven in het centrum van de aandacht te brengen, en de culturele randverschijnselen van de verschillende scholen naar de achtergrond te brengen.
Wat is dit universele gegeven, dit punt waarin een aantal van de genoemde scholen overeenstemmen?
Dit gegeven is Non-dualiteit. Dit is het inzicht dat de werkelijkheid niet iets ‘buiten’ de mens is, en ook niet alleen maar ‘binnen’, maar ongescheiden, ‘niet-twee’. De ware aard van de mens is niet gescheiden van een hoger Beginsel, hoe dit verder ook wordt aangeduid. Het genoemde begrip ‘Zelf-realisatie’ betekent de verwezenlijking van deze ongescheidenheid, als eigen natuur.

Ondanks het feit dat Non-dualiteit als visie is ontwikkeld in het Oosten, en bevestigd en doorgegeven in een eeuwenlange keten van leraar op leerling (overigens sinds enige decennia ook in het Westen), is het werkelijk universeel, van alle plaatsen. Vandaar dat de noodzaak ontbreekt om de vorm waarin Non-dualiteit wordt doorgegeven nog vast te laten zitten in een van de specifiek-oosterse tradities.
In de stichting wordt er daarom van uitgegaan dat het in deze tijd het meest zinnig is om de verschillende non-dualistische stromingen alle te erkennen als vormen van één en hetzelfde Non-dualisme, en om dit Non-dualisme op zich (dus ontdaan van de connectie met enige specifieke stroming of sfeer) te erkennen als voornaamste bron van informatie over de weg van bevrijding.
‘Non-dualisme’ is het best te definiëren als ‘de uitdrukkingsvorm van Non-dualiteit’. Het verschil tussen deze beide termen laat het verschil zien tussen de twee niveaus waarop in de stichting wordt gewerkt.
Het eerste niveau, Non-dualiteit, betreft uitsluitend het directe herkennen van de eigen wezenlijke natuur, en gaat vooraf en voorbij aan alle concepten.
Het tweede niveau, dat de uitdrukkingsvorm van Non-dualiteit betreft, maakt noodzakelijkerwijs gebruik van concepten, en is het instrument om Non-dualiteit te interpreteren en te vertalen naar het dagelijkse leven.

De naam van de stichting is ADVAYA, de oorspronkelijke Sanskriet-term die in het Westen vertaald is als Non-dualiteit (van a-dvi, ‘niet-twee’). Voor deze Sanskriet-naam is gekozen uit respect voor de tradities die het begrip ‘Non-dualiteit’ hebben geïntroduceerd. (Er is gekozen voor ‘Advaya’ boven de bekendere term ‘Advaita’ omdat de term ‘Advaya’ niet aan één specifieke school of richting is verbonden; zowel in een aantal boeddhistische tradities alsook in de traditie van de Advaita Vedanta wordt hij gebruikt). In de stichting wordt advaya, Non-dualiteit, beschouwd als ‘het grootste geschenk dat het Oosten aan de wereld heeft gegeven’.

Met de naam ‘Advaya’ geeft de stichting aan zich aan te sluiten bij de paar tradities van radicaal, levend, expliciet Non-dualisme, met name: 1) Advaita (zowel in Vedanta als in advaitisch-tantrisch Shivaïsme); en 2) Dzogchen en 3) Zen (de twee meest radicale en directe vormen van Boeddhisme, respectievelijk uit Tibet en China). Deze drie tradities onderscheiden zich doordat zij meer dan andere tradities een totale nadruk leggen op het niet-conceptuele als de uiteindelijke waarheid, en op de noodzaak van het onmiddellijke, directe beleven hiervan. In dit opzicht zijn de beide boeddhistische tradities bijvoorbeeld meer verwant met de ‘hindoeïstische’ Advaita dan met de meer dualistische scholen binnen het Boeddhisme. Zoals gezegd is de stichting met geen enkele traditie exclusief verbonden.
Ondanks de dankbaarheid jegens de oosterse Non-dualisme tradities wordt Non-dualiteit herkend als de onderliggende factor in alle spirituele tradities, dus als de werkelijke basis van alle religies, Oost en West. De stichting beoogt het opheffen van elke vorm van sektarisme, en het bevorderen van de communicatie tussen de verschillende Non-dualisme groeperingen.
De stichting staat dus voor ‘Universeel Non-dualisme’.

Dit kun je zo samenvatten, omdat er, zoals gezegd, in feite maar één Advaya-traditie is (ook wel aangeduid als ‘de directe weg’). De bundeling van de aandacht op Non-dualiteit, zonder afgeleid te worden door allerlei bijkomstigheden die binnen de afzonderlijke tradities in de loop der tijd zijn aangeslibd, maakt het mogelijk dat Non-dualiteit het uitgangspunt wordt om alle gebeurtenissen in het leven te kunnen beoordelen en bespreken.
Als het niet vanaf de aanvang centraal gesteld wordt, is de kans groot dat Non-dualiteit als een verheven ideaal geïnterpreteerd blijft, als een abstract iets dat los staat van het leven, en dat hooguit heel ver in de toekomst ooit ons deel zou kunnen zijn.

Twee niveaus, en de Heilige Volgorde

Hoe kan Non-dualiteit, die vooraf- en voorbijgaat aan alle concepten, nu het uitgangspunt worden voor het beoordelen van gebeurtenissen in het leven, iets dat immers juist is opgebouwd uit concepten?
Dat kan door eerst daadwerkelijk tot het directe ervaren van Non-dualiteit te komen, de herkenning van de eigen ware natuur, en dit ervaren te leren vertalen.
Dit ‘leren vertalen’ is misschien wel de beste aanduiding voor het geheel van activiteiten van de stichting.

De weg naar het ervaren van het non-dualistische Inzicht loopt, hoewel Non-dualiteit uiteindelijk hetzelfde is als ‘niet-onderscheid’, juist via het onderscheidingsvermogen. Dit is ons belangrijkste instrument, ook voor het leren vertalen van het ervaren. Het ‘leren vertalen’ is in feite het trainen van het onderscheidingsvermogen.
Voor de oosterse bevrijdingswegen is het belangrijkste onderscheid dat er gemaakt kan worden dat tussen ‘de twee niveaus van werkelijkheid’: tussen het niveau van het tijdloze, onderscheidloze, altijd-aanwezige (de ‘Werkelijkheid’ met hoofdletter W), en het niveau van het zich-manifesterende, dat continu in verandering is, met geboorte, groei, verval en dood. Voor dit tweede niveau is een veelvoud van aanduidingen mogelijk, variėrend van ‘totale illusie’ tot ‘tijdelijke werkelijkheid’.

De volgorde waarin de beide niveaus hier worden genoemd is niet willekeurig. Hoewel termen als ‘eerste’ en ‘tweede’ niveau natuurlijk niet in uiteindelijke zin waar zijn, kun je toch zeggen dat het voor de realisatie van je ware natuur essentieel is je eerst helemaal te wijden aan dat wat altijd het geval is, dus dat wat hier ‘eerste niveau’ wordt genoemd. Als je namelijk je aandacht in dezelfde tijd ook blijft richten op de bijzonderheden van de persoon, zal dit een belemmering vormen voor het zicht op je constant aanwezige natuur.
Vandaar dat gezegd kan worden: maak de herkenning van je ware natuur tot het belangrijkste in je leven, tot de hoofdzaak. Door deze herkenning kun je zien dat het eerste niveau het tweede omvat. Het eerste niveau is altijd aanwezig: ook op de momenten dat vorm optreedt, waarin dus sprake kan zijn van 'tweede niveau', is het eerste erin aanwezig, als de grond of grondstof ervan.

Het trainen van het onderscheid tussen de beide niveaus en het benoemen van het eerste niveau als ‘hoofdzaak’ moet niet geļnterpreteerd worden als een manier om de wereld der verschijnselen te ontkennen of te verwaarlozen. Het gaat om het herkennen van een ‘hiėrarchie’, een volgorde van belangrijkheid, waarin eerst het wezenlijke wordt onderzocht (en wel net zo lang tot werkelijke herkenning ervan een realiteit is), zodat al het niet-wezenlijke daarna vanuit de herkenning van het wezenlijke kan worden geļnterpreteerd. Iedere omkering van deze volgorde leidt tot het continueren van de identificatie met een beperkte, aan bederf onderhevige vorm.
Vanwege het grote belang van deze volgorde wordt deze in de stichting aangeduid als de ‘Heilige Volgorde’. Het woord ‘heilig’ voelt op zijn plaats omdat dit woord laat zien dat het hier niet om een methode gaat. De persoon heeft hier namelijk geen zeggenschap meer, dus alle methodes zijn opgelost in niet-weten. ‘Niet-weten’ is een andere term voor je ware natuur, het Conceptloze Bewustzijn. Alle onderricht in de stichting is gebaseerd op dit niet-weten, in de directe uitwisseling tussen leraar en leerling.

Geen methode, maar liefde

De schijn kan gewekt worden dat het hier om een bepaalde methode gaat. Dit is niet zo. Het directe onderricht is juist gebaseerd op het ontbreken van iedere methode. Een methode is per definitie beperkt door het persoonlijke raamwerk van de schepper van de methode. Iedere methode speelt zich bovendien in de tijd af, terwijl besef van je wezenlijke natuur onmiddellijk is; er is geen voorwaarde of voorbereiding voor nodig. Het directe onderricht is slechts een uitnodiging tot onmiddellijke herkenning van het allereerste gegeven, van datgene van waaruit al het andere voortkomt: het conceptloze, onbeperkte en vanuit zichzelf licht schenkende dat je wezenlijk bent.
Een belangrijk punt wat betreft de noodzaak van de genoemde volgorde is dat het herkennen van de natuurlijke staat in feite neerkomt op het herkennen van Liefde als de eigen natuur. Liefde is het ontbreken van strijd. Het is aan te duiden als het Hart, het allesomvattende, alomtegenwoordige. Als van hieruit gekeken wordt naar de nog aanwezige persoonlijke geneigdheden, zal dat niet een continuering betekenen van de op verbetering gerichte, kritische stem van het ‘commentaar-ik’. De brandstof wordt daar dan aan onthouden.

Dit herkennen van Liefde als de eigen ware natuur betekent ook het zien van de eenheid van de twee benaderingen in de verschillende bevrijdingswegen, in India aangeduid als respectievelijk jñana (inzicht) en bhakti (toewijding). Het is de eenheid van de twee polen van de menselijke psyche, het verstandelijke en het gevoelsmatige. Een uitsluiting van een van de polen kan nooit de uiteindelijke Werkelijkheid onthullen. Alleen een samenvallen, een niet-verschillen kan dat.
Liefde, hetgeen in diepste zin hetzelfde is als Waarheid, is ook de dragende kracht bij het zelfonderzoek, de ‘weg’. Dit is Liefde voor de Waarheid, een als in verliefdheid gloedvol ‘bezet’ zijn door de lokroep van het Allerhoogste.

logo

Het eerste niveau: de eenvoud van satsang

Zoals gezegd is ‘leren vertalen’ een goede aanduiding voor het werk in de stichting. Het vertalen van het niet-geborene, niet conceptuele, naar het tijdelijke, veranderende, en vandaar alle vertalingen naar de persoonlijke invullingen.
Op het eerste niveau, het directe, betekent dit het houden van satsangs. Sat-sang betekent ‘het samenkomen (sanga) in Waarheid (Sat)’. In feite is een satsang een methodeloos samenkomen in stilte — niet per se een stem-stilte, maar een stilte wat betreft denken en weten. Ieder ‘weten’ is een verzameling herinneringen, die bovenop de stilte van onze wezenlijke natuur geplakt wordt. Juist het niet-weten geeft de mogelijkheid te zien dat de ware natuur van het denken en voelen, de ware natuur van ‘onszelf’, eenvoud is. Het is de eenvoud van louter Bewustzijn.
Alle zoeken, wat immers voortkomt uit de drang tot weten, voert weg uit de eenvoud. Satsang zou je de uitnodiging kunnen noemen om de aandacht terug te brengen naar deze eenvoud, nu. Naar Dat wat er al is voordat een gedachte zich aandient. Dat ben je nooit kwijtgeraakt; in feite kún je het niet kwijtraken.

Terugkeer tot deze eenvoud van niet-weten, bijvoorbeeld door middel van de vraag ‘wie ben ik?’, is een onmiddellijk, woordloos Besef, waarin gezien kan worden dat het niet-weten de bron is van alle opwellingen, zoals gedachten en zintuiglijke waarnemingen. Het communiceren in de satsang is het vertalen van dit woordloze Besef. Gedachten mogen opkomen, en ze mogen ook weer gaan. Praten mag, en zwijgen ook. Onmiddellijk Besef is nooit afwezig, noch tijdens het spreken, noch tijdens een eventuele projecterende gedachte als er gezwegen wordt, noch tijdens de afwezigheid van gedachten. Onmiddellijk Besef is hetzelfde als louter Bewustzijn, dat als ‘kennendheid’ de wezenlijke natuur is van alle denken en voelen.
Het werkelijk doordringen van dit onmiddellijke Besef, en het erin gestabiliseerd raken, is verwezenlijking van Non-dualiteit. Dit is de verwezenlijking van de natuurlijke staat, ook wel genoemd de ‘boeddha-natuur’. Dit is het waarom het in de satsang gaat.

Leraar en leerling

Het overdragen van het Besef speelt zich af in de levende ontmoeting tussen leraar en leerling, in de satsang, ‘samenkomst in Waarheid’. ‘Leraar’ is hij of zij bij wie de zoektocht is beëindigd, en die daardoor geen geloof meer hecht aan eventueel opkomende projecties of verwachtingen ten opzichte van leerlingen (of die in ieder geval niet op grond van zo’n projectie handelt), en die bereid is de eventuele projecties en verwachtingen van leerlingen te verdragen en te helpen doorzien en ontkrachten.

Leraar in de stichting is Philip Renard. Geboren in 1944 in Amsterdam, is zijn spirituele leven begonnen in Subud (een uit Java afkomstige broederschap), waarin de overgave-oefening, latihan genaamd, hem de basis gaf voor alle verdere inzicht: vrijheid van concept of methode.
Enige nuttige concepten, vooral over onderlinge relaties en de machts- factoren die daarin een bepalende rol spelen, leerde hij in het uit Amerika afkomstige Pad-werk.
foto Philip
Na intensief een vruchtbare beïnvloeding te hebben ondergaan van de Amerikaan Da Free John, kwam Philip tijdens een jarenlange levende relatie met de Nederlandse Advaita-leraar Alexander Smit tot een beëindiging van het geloof in concepten, waardoor hij kon zien wie hij altijd al is.

 
Ondanks de terechtheid van de herkenning dat Non-dualiteit door verschillende tradities is doorgegeven, heeft Philip in de daadwerkelijke leraar-leerling- verhouding gemerkt hoe belangrijk het is om een tijd lang te luisteren naar één bron. Deze beperking maakt het mogelijk dat het conceptuele element, de neiging in ieder mens om te vergelijken, steeds weer tot nul kan worden teruggebracht.
Philip Renard claimt geen enkele status, geen enkele perfectie. Hij beoogt geen enkele vorm van ‘goeroe-bhakti’, devotie ten opzichte van de leraar. Wel stimuleert hij totale toewijding (bhakti) ten opzichte van Dat wat de leerling is, het nu aanwezige Bewustzijn, het besef ‘ik ben er’. Door de houding van totale toewijding, of ‘aanbidding’, ten opzichte van Bewustzijn-op-zich (wat hetzelfde is als de eerder genoemde ‘gloedvolle liefde voor de Waarheid’) wordt de leerling geholpen zijn verstandelijke en emotionele houvast los te laten.

De verhouding van leraar en leerling is tijdelijk. Als Non-dualiteit in iemand tot Werkelijkheid is geworden, is ieder verschil tussen leraar en leerling verzwolgen. Ieder verschil is dan opgelost, iedere dualiteit.
Desondanks ziet Philip het als een hulp als de tijdelijke leraar-leerling- verhouding een vorm van verbintenis kent. Er ligt een diep geheim in de kracht van de wederzijdse verbintenis tussen leraar en leerling. Deze stap werd vroeger ‘inwijding’ genoemd. Philip zou dit liever een ‘bekrachtiging’ willen noemen. Bekrachtiging van dat wat nu reeds een open stroom tussen leraar en leerling is, die dienend kan zijn om de afleidende factoren in die stroom te doen oplossen. De verbintenis kan ertoe bijdragen dat in het proces tussen leraar en leerling een grote intensivering plaatsvindt.
Tegelijkertijd is het element van ‘verbintenis’ geen enkele voorwaarde om een satsang bij te wonen. De enige voorwaarde voor satsang is oprechte belangstelling. Iedereen met belangstelling voor wat Echt is, wat hij of zij werkelijk is, is van harte welkom.

De tussengebieden

Tussen de eerder genoemde twee niveaus, die van het Tijdloze en het tijdelijke, ligt een vaag overgangsgebied. Heel veel van de activiteiten in de huidige zogenaamde ‘spirituele wereld’ spelen zich in dit overgangsgebied af. Daarin houdt men zich niet speciaal bezig met het aardse, maar ook niet met de Absolute Werkelijkheid, met Non-dualiteit. Meestal zijn deze activiteiten gericht op genezing, therapie, of de drang tot ‘weten’. Omdat het overgangsgebied zo vaag is, is er een menigvuldigheid van interpretaties mogelijk. Steeds worden ongrijpbare zaken als energieën en invloeden in een kader van concepten tot een ‘begrijpbaar’ iets gekneed. Iedereen kan er zijn concepten op loslaten, zoals blijkt in de overvloed aan uiteenlopende chakra-duidingen, horoscopen, reïncarnatie-interpretaties enzovoort.
Veel van de oosters-traditionele wegen van Non-dualisme (de genoemde Dzogchen, Zen en Advaita) kennen stadia van voorbereiding, die in feite ook vormen van overgangsgebieden of tussengebieden zijn: yoga, adembeheersing, meditatie, visualisatie, enzovoort. Deze voorbereidende stadia zijn gebaseerd op concepten die ontwikkeld zijn in één specifieke school — zo is een bepaalde oefening die bijvoorbeeld in de Tibetaanse Dzogchen-traditie wordt doorgegeven gebaseerd op een volledig ander denkbeeld dan een oefening in bijvoorbeeld de Indiase Advaita Vedanta (immers, alleen op het hoogste niveau, het niet-conceptuele, is het verschil tussen de tradities opgelost).

In de Stichting Advaya wordt niet gesproken over ‘voorbereidende stadia’. Vanwege het belang van het feit dat het herkennen van de eigen natuur een onmiddellijk iets is, dat geen voorwaarde kent (en dus geen voorbereiding), wordt juist een volgorde aangereikt van ‘eerst het Echte, en pas dan de persoonlijke invullingen, met eventuele weerstanden en verslavingen’. Deze volgorde is, zoals gezegd, wezenlijk.
Toch draagt deze volgorde een risico met zich mee. Dat is dat er een mogelijkheid blijft dat allerlei persoonlijke zaken die een obstakel kunnen vormen, vooral op energetisch gebied (dat wil zeggen gezondheid, seksualiteit enzovoort), te veel genegeerd worden, of zelfs ontkend. Ontkenning, van alle vormen van obstakel of beperking, zou je een van de grootste valkuilen van het Non-dualisme kunnen noemen.

Wat is hiervoor nu de oplossing? De concepten die ons aangereikt worden uit de kringen van de zogenaamde New Age-beweging zijn verwarrend, vooral vanwege de stelligheid van interpretaties van zaken die niet echt geweten kunnen worden (alleen maar verondersteld, vandaar dat zo veel van deze interpretaties elkaar tegenspreken). En de voorbereidende stadia van de oosterse tradities zijn in de meeste gevallen in het geheel niet ingesteld op een westerse manier van doen (immers uitgaand van oosterse concepten); ze zijn in veel gevallen verouderd. En ze spreken elkaar ook tegen.
Toch lijkt er iets te moeten met de genoemde tussengebieden, tenminste zolang herkend kan worden dat dit niet de hoofdzaak is. De hoofdzaak blijft Inzicht, Besef, herkenning van dat wat je werkelijk bent.

In de stichting wordt, om zo zorgvuldig mogelijk het terrein van de tussengebieden te leren kennen op een manier die niet is gebouwd op veronderstellingen en pasklare concepten, een oefening geïntroduceerd die als basis juist het conceptloze heeft. Dat is de zogenaamde latihan, een oefening die is doorgegeven door de Indonesiër Bapak Subuh (1901-1987). In deze oefening word je uitgenodigd je over te geven aan de Hoogste Levenskracht, op een zo volledig mogelijke manier, ook energetisch-lichamelijk, zodat je helemaal met de Levenskracht kunt versmelten. Het versmelten veroorzaakt dat alle denkbeelden die eventueel opkomen gemakkelijker losgelaten kunnen worden. De naam die in de stichting aan de oefening gegeven wordt is latihan sahaja: oefening in natuurlijkheid (sahaja is Sanskriet voor natuurlijkheid). In de vrije uiting die totale, ook energetische, overgave met zich meebrengt, is een element van gezuiverd-worden, dat wil zeggen zuivering van onnatuurlijke, aangeleerde en ‘reactieve’ elementen. Zo kan het natuurlijke overblijven. Stilte in de beweging.
Op een bepaalde manier zou je de latihan sahaja kunnen onderbrengen in de categorie van de traditionele voorbereidende stadia, namelijk als een vorm van nama-japa, het bezingen van God via de eenvoud van zijn naam. Latihan is inderdaad een bezingen van God, in eenvoud, maar dan zonder enige voorgeschreven vorm, of naam, of concept, of enige andere beperking. Het is het bezingen van de God die je in diepste zin bent. Het doen van deze latihan sahaja levert, juist door het conceptloze en methodeloze, niet snel bruikbare resultaten op. Het is in het geheel geen formule ‘tot iets’; het is niet een vorm van therapie, en in feite ook geen voorbereiding. Maar het voelt tot nu toe als de meest betrouwbare, dichtst bij Non-dualiteit liggende oefening, om te leren omgaan met de tussengebieden. Wat dit betreft is de stichting nog volledig in een pionier-fase. Het is vertrouwen op niet-weten.

golf

Het tweede niveau: omgaan met veelvoud

Waar het genoemde eerste niveau omschreven kan worden als een uitnodiging om terug te keren tot de eenvoud (die je bent), is het tweede niveau het beste aan te duiden als ‘het erkennen dat veelvoud zich aandient’. Erkennen dat je geconfronteerd wordt met een doorlopende stroom van indrukken, die (afwisselend aangeduid als ‘buitenwereld’ dan wel als ‘innerlijk’) allemaal een zekere realiteit hebben omdat ze zich in je manifesteren. Ze dienen zich aan; je ontmoet ze, of je het leuk vindt of niet. Nu blijkt de mens veel van de dingen die hij ontmoet niet te willen ontmoeten. Hierdoor kan een scheiding ontstaan, een opsplitsing tussen iets dat je ervaart als ‘jezelf’ en een ander deel als ‘niet jezelf’, en daarbij talloze opsplitsingen binnen datgene wat je als ‘jezelf’ interpreteert. In de meeste gevallen zijn dergelijke opsplitsingen agressief van aard. Een deel van jezelf wil een ander deel niet zien, of niet erkennen, of haat het zelfs. Een ‘commentaar-ik’ (vaak gevoed door prachtige spirituele ideeën en idealen) heeft het heft in handen gekregen, en zorgt ervoor dat innerlijk continu geweld wordt gepleegd.
Dit zou je het basisprobleem van de huidige mens kunnen noemen. Talloze vormen van psychotherapie zijn in het leven geroepen om een einde te maken aan dit innerlijke geweld. Hoewel er door middel van therapie zeker bepaalde zaken opgehelderd kunnen worden, is geen enkele vorm van therapie in staat om aan de wortel van het probleem te komen. Dit komt omdat het uitgangspunt bij therapie altijd de poging tot verbetering is, en dit vormt juist de kiem van het geweld. Hoe nobel ook bedoeld, zolang een deel van de persoon bezig is met de verbetering van een ander deel, zal het verbeterende deel altijd persoonlijk blijven, dat wil zeggen vervuld van een mening. Dit blijft op hetzelfde niveau als het deel dat verondersteld wordt verbetering te behoeven, en dit zal altijd een continuering van het geweld tot gevolg hebben.

In de stichting is geen aanbod van psychotherapie. Toch is er een nadruk op persoonlijke begeleiding. De relatie tussen leraar en leerling, die het meest direct is in de satsang (waarin alle ‘persoonlijke’ zaken worden teruggebracht naar de wortel ervan), strekt zich verder uit, en grijpt in in het persoonlijke leven. Alles draait om relatie. Elke methode of techniek faalt hier, maar relatie is altijd levend en open, en heeft niets met slagen of falen te maken. Vandaar dat Philip Renard zegt: wat ik te bieden heb is geen methode, maar een relatie.

Er is een noodzaak om aandacht te blijven schenken aan de kracht van de geneigdheden (de op verleden gebouwde grondstoffen van de gedachten en gevoelens, die samen de ‘persoon’ vormen), ook al heeft iemand herkend wie hij werkelijk is. Het ontdekken van de wezenlijke natuur heeft bij veel mensen het misverstand opgeleverd dat er daarna niets meer gezien hoeft te worden. Dat er dan reeds ‘Verlichting’ heeft plaatsgevonden, en dat de geneigdheden er niet meer toe doen.
In de meeste gevallen is dit niet waar. De kracht van de geneigdheden, alle vanuit het verleden meegedragen gedachten en emoties, is dikwijls zo groot dat identificatie hiermee steeds weer kan optreden. Ontkenning van dit fenomeen is, zoals gezegd, een van de valkuilen in het Non-dualisme, in het bijzonder in de benadering van de Advaita Vedanta. De boeddhistische Dzogchen en Zen hebben wat dit betreft een meer realistische visie, die benadrukt dat het herkennen van de ware natuur van denken en voelen (dat wil zeggen bewustzijn op-zich, het samenvallen van leegheid en kennendheid) niet een eenmalige zaak is, maar iets dat alleen maar het uitgangspunt is om de invloed van de geneigdheden in de loop van de tijd geheel en al te ontkrachten.

Dit is eigenlijk wat in de stichting de activiteit van het ‘tweede niveau’ genoemd wordt. Het verwerken, vertalen, in de tijd, van het onmiddellijke, tijdloze Besef. Dit verwerken en vertalen speelt zich af in relatie met mensen. In de bereidheid om vergissingen onder ogen te zien, en ze te durven erkennen, ook aan de ander.
De nadruk die in het Boeddhisme wordt gelegd op compassie is wat dit betreft helpend. Compassie met de onvolmaakte delen van onszelf, en compassie met andere mensen, ook al is er Besef van het niet-werkelijk-zijn (of ‘leeg-zijn’) van iets of iemand ‘anders’ dan louter Bewustzijn. Leegheid en compassie moeten onverbrekelijk samengaan, anders kunnen arrogantie en isolement blijven overheersen.

Integratie, ook in het seksuele

Wat hiervoor beschreven werd over het tweede niveau komt in feite neer op de noodzaak tot integratie. Een van de gebieden waar integratie misschien wel het meest nodig is is seksualiteit, de verhouding tussen de beide geslachten.
Waarom het meest nodig? Omdat er waarschijnlijk geen kracht is die meer klevend of hechtend is dan de seksuele, of liever gezegd de seksueel-emotionele, het hele gebied waarin wij ons emotioneel en lichamelijk toevertrouwen aan een ander persoon. Dit toevertrouwen, in welke mate dit ook maar wordt aangedurfd, gebeurt vanuit de behoefte om een einde te maken aan een diep gevoel van iets te missen, van eenzaamheid en pijn. Bij dit toevertrouwen, met alle kwetsbaarheid die dit met zich meebrengt, kun je het meest intense genot beleven, maar ook de diepste psychische pijn. Juist de combinatie van genot en pijn maakt dat het seksueel-emotionele zo’n bindende factor vormt; het is misschien wel de grootste obstructiemogelijkheid voor bevrijding. Vandaar dat in veel tradities totale onthouding van seksualiteit aangeraden of zelfs voorgeschreven wordt.
De drie genoemde non-dualistische tradities, Advaita, Dzogchen en Zen, schrijven niet perse celibaat voor, maar ze zijn geen van drie bepaald uitgesproken over de seksuele kant van het bestaan (en als ze het wel zijn, is dit vaak in negatieve zin). Dit heeft tot gevolg dat juist waar de identificatie met de persoon het sterkst is, op de kwetsbaarste plek, waar je met lichaam en psyche geraakt kan worden door een ander persoon en waar je je kinderlijke patronen van afhankelijkheid en machtsdrift kan tegenkomen, de aanwijzingen ontbreken om ook hier Besef te hebben van Non-dualiteit, van je wezenlijke natuur.

Om deze reden wordt er bij de persoonlijke begeleiding in de stichting wel aandacht gegeven aan het seksueel-emotionele, om in ieder geval de mogelijkheid te bieden dat een oprechte blik geschonken wordt aan iets dat geneigd is in het verborgene een eigen leven te leiden. Als persoon ervaar je jezelf altijd als ‘man’ of als ‘vrouw’: altijd is dit het uitgangspunt bij de dualistische identificatie met het lichaam. Dit kan niet genegeerd worden. Het man- of vrouw-zijn moet ten volle omarmd worden, en verbonden met waarheid en liefde.
De seksuele ontmoeting is op zich niet een hindernis voor vrijheid; alleen het denken en fantaseren maakt dat deze iets onzuivers kan zijn, iets dat mogelijk met macht en leugen gepaard gaat, waardoor vrijheid bedekt blijft. Vandaar de noodzaak om in de intieme ontmoeting alle gedachten en emoties over te geven aan de Allerhoogste Levenskracht, zodat ze gezuiverd kunnen worden.
Zo kun je terugkeren naar werkelijke onschuld. Dan hoeft er niets meer bedekt of verborgen te blijven, en straalt ook hier het natuurlijke dat je bent. Dan kan er een bereidheid optreden, of zelfs een enthousiasme, om alle geneigdheden aan te kijken, ook in de gebieden die privé zijn en vaak nog aan het eigen oog onttrokken.

De verdere vertalingen

Ook op een minder ‘direct’ gebied zijn er activiteiten in de stichting. Dit betreft vertaalwerk dat niet per se gepaard gaat met een persoonlijke ontmoeting. Een paar voorbeelden van dit verdere vertaalwerk zijn:
* Het vertalen en doen uitgeven van oorspronkelijke (bijvoorbeeld klassieke) teksten van het Non-dualisme. Het is van belang dat een aantal teksten in helder Nederlands beschikbaar komt waarin de lezer het specifieke karakter van het Non-dualisme kan leren kennen. Klassieke teksten kunnen, juist omdat ze de bron zijn van alle informatie over Non-dualisme, ook een ‘ijkings’-mogelijkheid bieden, om de waarde van een bepaald gegeven te kunnen toetsen. Atmananda Upanishad en Ramana Upanishad zijn voorbeelden van dergelijke teksten.
* Het uitgeven van teksten van Philip Renard.
* Het organiseren van lezingen voor de zogenaamde ‘buitenwereld’, om het begrip ‘Non-dualiteit’ meer bekendheid te geven. 
* Het stichten van een eigen Centrum, waar alle activiteiten kunnen plaatsvinden. In dit Centrum kan een bibliotheek opgezet worden, alsmede een archief en een informatie-ruimte, waar bijvoorbeeld tijdschriften worden bijgehouden. Alles op het gebied van Non-dualisme moet hier een plaats kunnen krijgen, om zicht te verschaffen op zowel het universele ervan alsook het specifieke (dwz. datgene wat in andere richtingen ontbreekt). Dit kan dienend zijn om het onderscheidingsvermogen te trainen.

De Stichting Advaya wil een handvat bieden in het zicht op dat wat werkelijk hoofdzaak is en dat wat bijzaken zijn.

Philip Renard, 2000


Stichting Advaya

Voor inlichtingen kunt U terecht bij: Lutgart Driessen
telefoon: 030-6970190 of 06-50992775
adres:Walkartweg 11 ; 3701 HT Zeist