Dit begrip ‘Zelf-realisatie’ is ontleend aan oosterse bevrijdingswegen,
zoals Advaita Vedanta en Mahayana Boeddhisme. In deze benaderingen wordt onderwezen dat het mogelijk is om in dit leven bevrijd te worden van de identificatie met de in de mens aanwezige latente geneigdheden, die de oorzaak zijn van talloze emotionele herhalingen en gewoontepatronen, en die iemand de suggestie geven een continuerende ‘persoon’ te zijn.
Tal van scholen en leraren van de genoemde oosterse
bevrijdingswegen hebben als afzonderlijke groeperingen het
Westen bereikt, ieder met een boodschap die ogenschijnlijk
verschilt van die van de ander. Bij nauwkeurig onderzoek blijkt
dat het bij een aantal van deze scholen in de kern om exact
hetzelfde gaat, een universeel iets, ondanks de verschillende
manieren van praten en kleden. Het exotische karakter kan
verbloemen dat het om een universeel gegeven gaat.
Ondanks het feit dat Non-dualiteit als visie
is ontwikkeld in het Oosten, en bevestigd en doorgegeven in
een eeuwenlange keten van leraar op leerling (overigens sinds
enige decennia ook in het Westen), is het werkelijk universeel,
van alle plaatsen. Vandaar dat de noodzaak ontbreekt om de
vorm waarin Non-dualiteit wordt doorgegeven nog vast
te laten zitten in een van de specifiek-oosterse tradities.
In de stichting wordt er
daarom van uitgegaan
dat het in deze tijd het meest zinnig is om de verschillende
non-dualistische stromingen alle te erkennen als vormen van
één en hetzelfde Non-dualisme, en om dit Non-dualisme
op zich (dus ontdaan van de connectie met enige specifieke
stroming of sfeer) te erkennen als voornaamste bron van informatie
over de weg van bevrijding.
‘Non-dualisme’ is het best te definiëren
als ‘de uitdrukkingsvorm van Non-dualiteit’. Het verschil
tussen deze beide termen laat het verschil zien tussen de
twee niveaus waarop in de stichting wordt gewerkt.
Het eerste niveau, Non-dualiteit, betreft uitsluitend het directe
herkennen van de eigen wezenlijke natuur, en gaat vooraf en
voorbij aan alle concepten.
Het tweede niveau, dat de uitdrukkingsvorm van Non-dualiteit betreft, maakt noodzakelijkerwijs
gebruik van concepten, en is het instrument om Non-dualiteit
te interpreteren en te vertalen naar het dagelijkse leven.
De naam van de stichting is ADVAYA, de
oorspronkelijke Sanskriet-term die in het Westen vertaald is
als Non-dualiteit (van a-dvi, ‘niet-twee’). Voor deze
Sanskriet-naam is gekozen uit respect voor de tradities die
het begrip ‘Non-dualiteit’ hebben geïntroduceerd. (Er
is gekozen voor ‘Advaya’ boven de bekendere term ‘Advaita’
omdat de term ‘Advaya’ niet aan één specifieke
school of richting is verbonden; zowel in een aantal boeddhistische
tradities alsook in de traditie van de Advaita Vedanta wordt
hij gebruikt). In de stichting wordt advaya, Non-dualiteit,
beschouwd als ‘het grootste geschenk dat het Oosten aan de
wereld heeft gegeven’.
Zoals gezegd is ‘leren vertalen’ een goede aanduiding
voor het werk in de stichting. Het vertalen van het niet-geborene,
niet conceptuele, naar het tijdelijke, veranderende, en vandaar
alle vertalingen naar de persoonlijke invullingen.
Op
het eerste niveau, het directe, betekent dit het houden van
satsangs.
Sat-sang betekent ‘het samenkomen
(
sanga) in Waarheid (
Sat)’. In feite is een
satsang een methodeloos samenkomen in stilte — niet per se een stem-stilte,
maar een stilte wat betreft denken en weten. Ieder ‘weten’
is een verzameling herinneringen, die bovenop de stilte van
onze wezenlijke natuur geplakt wordt. Juist het niet-weten
geeft de mogelijkheid te zien dat de ware natuur van het denken
en voelen, de ware natuur van ‘onszelf’,
eenvoud is.
Het is de eenvoud van louter Bewustzijn.
Alle zoeken, wat immers voortkomt uit de drang tot weten, voert
weg uit de eenvoud. Satsang zou je de uitnodiging kunnen noemen
om de aandacht terug te brengen naar deze eenvoud, nu. Naar
Dat wat er al is voordat een gedachte zich aandient. Dat ben
je nooit kwijtgeraakt; in feite kún je het niet kwijtraken.
Terugkeer tot deze eenvoud van niet-weten,
bijvoorbeeld door middel van de vraag ‘wie ben ik?’, is een
onmiddellijk, woordloos Besef, waarin gezien kan worden dat
het niet-weten de bron is van alle opwellingen, zoals gedachten
en zintuiglijke waarnemingen. Het communiceren in de satsang
is het vertalen van dit woordloze Besef. Gedachten mogen opkomen,
en ze mogen ook weer gaan. Praten mag, en zwijgen ook. Onmiddellijk
Besef is nooit afwezig, noch tijdens het spreken, noch tijdens
een eventuele projecterende gedachte als er gezwegen wordt,
noch tijdens de afwezigheid van gedachten. Onmiddellijk Besef
is hetzelfde als louter Bewustzijn, dat als ‘kennendheid’
de wezenlijke natuur is van alle denken en voelen.
Het
werkelijk doordringen van dit onmiddellijke Besef, en het
erin gestabiliseerd raken, is verwezenlijking van Non-dualiteit.
Dit is de verwezenlijking van de natuurlijke staat, ook wel
genoemd de ‘boeddha-natuur’. Dit is het waarom het in de satsang
gaat.
Leraar en leerling
Het overdragen van
het Besef speelt zich af in de levende ontmoeting tussen leraar
en leerling, in de satsang, ‘samenkomst in Waarheid’. ‘Leraar’ is hij
of zij bij wie de zoektocht is beëindigd, en die daardoor
geen geloof meer hecht aan eventueel opkomende projecties of
verwachtingen ten opzichte van leerlingen (of die in ieder geval
niet op grond van zo’n projectie handelt), en die bereid is
de eventuele projecties en verwachtingen van leerlingen te verdragen
en te helpen doorzien en ontkrachten.
Leraar in de stichting is Philip Renard. Geboren in 1944 in Amsterdam,
is zijn spirituele leven begonnen in Subud (een uit Java
afkomstige broederschap), waarin de overgave-oefening,
latihan genaamd, hem de basis gaf voor
alle verdere inzicht: vrijheid van concept of methode.
Enige
nuttige concepten, vooral over onderlinge relaties en
de machts- factoren die daarin een bepalende rol spelen,
leerde hij in het uit Amerika afkomstige Pad-werk.
|
|

Na
intensief een vruchtbare beïnvloeding te hebben ondergaan van de Amerikaan Da
Free John, kwam Philip tijdens een jarenlange
levende relatie met de Nederlandse Advaita-leraar Alexander
Smit tot een beëindiging van het geloof in concepten, waardoor
hij kon zien wie hij altijd al is.
 
Ondanks de terechtheid van de herkenning dat
Non-dualiteit door verschillende tradities is doorgegeven,
heeft Philip in de daadwerkelijke leraar-leerling- verhouding
gemerkt hoe belangrijk het is om een tijd lang te luisteren
naar één bron. Deze beperking maakt het mogelijk
dat het conceptuele element, de neiging in ieder mens om te
vergelijken, steeds weer tot nul kan worden teruggebracht.
Philip Renard claimt geen enkele status, geen enkele perfectie. Hij
beoogt geen enkele vorm van ‘goeroe-bhakti’, devotie
ten opzichte van de leraar. Wel stimuleert hij totale toewijding
(bhakti) ten opzichte van Dat wat de leerling is,
het nu aanwezige Bewustzijn, het besef ‘ik ben er’.
Door de houding van totale toewijding, of ‘aanbidding’, ten
opzichte van Bewustzijn-op-zich (wat hetzelfde is als de eerder
genoemde ‘gloedvolle liefde voor de Waarheid’) wordt de leerling
geholpen zijn verstandelijke en emotionele houvast los te
laten.
De verhouding van leraar en leerling is tijdelijk.
Als Non-dualiteit in iemand tot Werkelijkheid is geworden,
is ieder verschil tussen leraar en leerling verzwolgen. Ieder
verschil is dan opgelost, iedere dualiteit.
Desondanks ziet Philip het als een hulp als de tijdelijke leraar-leerling- verhouding
een vorm van verbintenis kent. Er ligt een diep geheim in
de kracht van de wederzijdse verbintenis tussen leraar en
leerling. Deze stap werd vroeger ‘inwijding’ genoemd. Philip
zou dit liever een ‘bekrachtiging’ willen noemen. Bekrachtiging
van dat wat nu reeds een open stroom tussen leraar en leerling
is, die dienend kan zijn om de afleidende factoren in die
stroom te doen oplossen. De verbintenis kan ertoe bijdragen
dat in het proces tussen leraar en leerling een grote intensivering
plaatsvindt.
Tegelijkertijd is het element van ‘verbintenis’ geen enkele voorwaarde om
een satsang bij te wonen. De enige voorwaarde voor satsang
is oprechte belangstelling. Iedereen met belangstelling voor
wat Echt is, wat hij of zij werkelijk is, is van harte welkom.
De tussengebieden
Tussen de eerder genoemde twee niveaus, die
van het Tijdloze en het tijdelijke, ligt een vaag overgangsgebied.
Heel veel van de activiteiten in de huidige zogenaamde ‘spirituele
wereld’ spelen zich in dit overgangsgebied af. Daarin houdt
men zich niet speciaal bezig met het aardse, maar ook niet
met de Absolute Werkelijkheid, met Non-dualiteit. Meestal
zijn deze activiteiten gericht op genezing, therapie, of de
drang tot ‘weten’. Omdat het overgangsgebied zo vaag is, is
er een menigvuldigheid van interpretaties mogelijk. Steeds
worden ongrijpbare zaken als energieën en invloeden in
een kader van concepten tot een ‘begrijpbaar’ iets gekneed.
Iedereen kan er zijn concepten op loslaten, zoals blijkt in
de overvloed aan uiteenlopende chakra-duidingen, horoscopen,
reïncarnatie-interpretaties enzovoort.
Veel van de oosters-traditionele wegen van Non-dualisme (de genoemde
Dzogchen, Zen en Advaita) kennen stadia van voorbereiding,
die in feite ook vormen van overgangsgebieden of tussengebieden
zijn: yoga, adembeheersing, meditatie, visualisatie, enzovoort.
Deze voorbereidende stadia zijn gebaseerd op concepten die
ontwikkeld zijn in één specifieke school —
zo is een bepaalde oefening die bijvoorbeeld in de Tibetaanse
Dzogchen-traditie wordt doorgegeven gebaseerd op een volledig
ander denkbeeld dan een oefening in bijvoorbeeld de Indiase
Advaita Vedanta (immers, alleen op het hoogste niveau, het
niet-conceptuele, is het verschil tussen de tradities opgelost).
In de Stichting Advaya wordt niet gesproken over ‘voorbereidende
stadia’. Vanwege het belang van het feit dat het herkennen
van de eigen natuur een
onmiddellijk iets is, dat geen
voorwaarde kent (en dus geen voorbereiding), wordt juist een
volgorde aangereikt van ‘eerst het Echte, en pas dan de persoonlijke
invullingen, met eventuele weerstanden en verslavingen’.
Deze volgorde is, zoals gezegd, wezenlijk.
Toch draagt deze volgorde een risico met zich mee. Dat is dat er
een mogelijkheid blijft dat allerlei persoonlijke zaken die
een obstakel kunnen vormen, vooral op energetisch gebied (dat
wil zeggen gezondheid, seksualiteit enzovoort), te veel genegeerd
worden, of zelfs ontkend. Ontkenning, van alle vormen
van obstakel of beperking, zou je een van de grootste valkuilen
van het Non-dualisme kunnen noemen.
Wat is hiervoor nu de oplossing? De concepten
die ons aangereikt worden uit de kringen van de zogenaamde
New Age-beweging zijn verwarrend, vooral vanwege de stelligheid
van interpretaties van zaken die niet echt
geweten
kunnen worden (alleen maar verondersteld, vandaar dat zo veel
van deze interpretaties elkaar tegenspreken). En de voorbereidende
stadia van de oosterse tradities zijn in de meeste gevallen
in het geheel niet ingesteld op een westerse manier van doen
(immers uitgaand van oosterse concepten); ze zijn in veel
gevallen verouderd. En ze spreken elkaar ook tegen.
Toch
lijkt er iets te moeten met de genoemde tussengebieden, tenminste
zolang herkend kan worden dat dit niet de hoofdzaak is. De
hoofdzaak blijft Inzicht, Besef, herkenning van dat wat je
werkelijk bent.
In de stichting wordt, om zo zorgvuldig mogelijk
het terrein van de tussengebieden te leren kennen op een manier
die niet is gebouwd op veronderstellingen en pasklare concepten,
een oefening geïntroduceerd die als basis juist het
conceptloze
heeft. Dat is de zogenaamde
latihan, een oefening die
is doorgegeven door de Indonesiër Bapak Subuh (1901-1987).
In deze oefening word je uitgenodigd je over te geven aan
de Hoogste Levenskracht, op een zo volledig mogelijke manier,
ook energetisch-lichamelijk, zodat je helemaal met de Levenskracht
kunt versmelten. Het versmelten veroorzaakt dat alle denkbeelden
die eventueel opkomen gemakkelijker losgelaten kunnen worden.
De naam die in de stichting aan de oefening gegeven wordt
is
latihan sahaja: oefening in natuurlijkheid (
sahaja
is Sanskriet voor natuurlijkheid). In de vrije uiting die
totale, ook energetische, overgave met zich meebrengt, is
een element van gezuiverd-worden, dat wil zeggen zuivering
van onnatuurlijke, aangeleerde en ‘reactieve’ elementen. Zo
kan het natuurlijke overblijven. Stilte
in de beweging.
Op
een bepaalde manier zou je de latihan sahaja kunnen
onderbrengen in de categorie van de traditionele voorbereidende
stadia, namelijk als een vorm van nama-japa, het bezingen
van God via de eenvoud van zijn naam. Latihan is inderdaad
een bezingen van God, in eenvoud, maar dan zonder enige voorgeschreven
vorm, of naam, of concept, of enige andere beperking. Het
is het bezingen van de God die je in diepste zin bent.
Het doen van deze latihan sahaja levert, juist door
het conceptloze en methodeloze, niet snel bruikbare resultaten
op. Het is in het geheel geen formule ‘tot iets’; het is niet
een vorm van therapie, en in feite ook geen voorbereiding.
Maar het voelt tot nu toe als de meest
betrouwbare, dichtst bij Non-dualiteit liggende oefening,
om te leren omgaan met de tussengebieden. Wat dit betreft
is de stichting nog volledig in een pionier-fase. Het is vertrouwen
op niet-weten.
Het tweede niveau: omgaan met veelvoud
Waar het genoemde eerste niveau omschreven kan
worden als een uitnodiging om terug te keren tot de eenvoud
(die je
bent), is het tweede niveau het beste aan te
duiden als ‘het erkennen dat veelvoud zich aandient’. Erkennen
dat je geconfronteerd wordt met een doorlopende stroom van
indrukken, die (afwisselend aangeduid als ‘buitenwereld’ dan
wel als ‘innerlijk’) allemaal een zekere realiteit hebben
omdat ze zich in je manifesteren. Ze dienen zich aan; je
ontmoet
ze, of je het leuk vindt of niet. Nu blijkt de mens veel van
de dingen die hij ontmoet niet te willen ontmoeten. Hierdoor
kan een scheiding ontstaan, een opsplitsing tussen iets dat
je ervaart als ‘jezelf’ en een ander deel als ‘niet
jezelf’,
en daarbij talloze opsplitsingen binnen datgene wat je als ‘jezelf’ interpreteert.
In de meeste gevallen zijn dergelijke
opsplitsingen agressief van aard. Een deel van jezelf wil
een ander deel niet zien, of niet erkennen, of haat het zelfs.
Een ‘commentaar-ik’ (vaak gevoed door prachtige spirituele
ideeën en idealen) heeft het heft in handen gekregen,
en zorgt ervoor dat innerlijk continu geweld wordt gepleegd.
Dit
zou je het basisprobleem van de huidige mens kunnen noemen.
Talloze vormen van psychotherapie zijn in het leven geroepen
om een einde te maken aan dit innerlijke geweld. Hoewel er
door middel van therapie zeker bepaalde zaken opgehelderd
kunnen worden, is geen enkele vorm van therapie in staat om
aan de wortel van het probleem te komen. Dit komt omdat
het uitgangspunt bij therapie altijd de poging tot verbetering
is, en dit vormt juist de kiem van het geweld. Hoe nobel ook
bedoeld, zolang een deel van de persoon bezig is met de verbetering
van een ander deel, zal het verbeterende deel altijd persoonlijk
blijven, dat wil zeggen vervuld van een mening. Dit
blijft op hetzelfde niveau als het deel dat verondersteld
wordt verbetering te behoeven, en dit zal altijd een continuering
van het geweld tot gevolg hebben.
In de stichting is geen aanbod van psychotherapie.
Toch is er een nadruk op persoonlijke begeleiding. De relatie
tussen leraar en leerling, die het meest direct is in de satsang
(waarin alle ‘persoonlijke’ zaken worden teruggebracht naar
de wortel ervan), strekt zich verder uit, en grijpt in in
het persoonlijke leven. Alles draait om
relatie. Elke
methode of techniek faalt hier, maar relatie is altijd levend
en open, en heeft niets met slagen of falen te maken. Vandaar
dat Philip Renard zegt: wat ik te bieden heb is geen methode,
maar een relatie.
Er is een noodzaak om aandacht te blijven schenken
aan de kracht van de geneigdheden (de op verleden gebouwde
grondstoffen van de gedachten en gevoelens, die samen de ‘persoon’
vormen), ook al heeft iemand herkend wie hij werkelijk is.
Het ontdekken van de wezenlijke natuur heeft bij veel mensen
het misverstand opgeleverd dat er daarna niets meer gezien
hoeft te worden. Dat er dan reeds ‘Verlichting’ heeft plaatsgevonden,
en dat de geneigdheden er niet meer toe doen.
In
de meeste gevallen is dit niet waar. De kracht van de geneigdheden,
alle vanuit het verleden meegedragen gedachten en emoties,
is dikwijls zo groot dat identificatie hiermee steeds weer
kan optreden. Ontkenning van dit fenomeen is, zoals gezegd,
een van de valkuilen in het Non-dualisme, in het bijzonder
in de benadering van de Advaita Vedanta. De boeddhistische
Dzogchen en Zen hebben wat dit betreft een meer realistische
visie, die benadrukt dat het herkennen van de ware natuur
van denken en voelen (dat wil zeggen bewustzijn op-zich, het
samenvallen van leegheid en kennendheid) niet een eenmalige
zaak is, maar iets dat alleen maar het uitgangspunt is om
de invloed van de geneigdheden in de loop van de tijd geheel
en al te ontkrachten.
Dit is eigenlijk wat in de stichting de activiteit
van het ‘tweede niveau’ genoemd wordt. Het verwerken, vertalen,
in de tijd, van het onmiddellijke, tijdloze Besef.
Dit verwerken en vertalen speelt zich af in relatie met mensen.
In de bereidheid om vergissingen onder ogen te zien, en ze
te durven erkennen, ook aan de ander.
De
nadruk die in het Boeddhisme wordt gelegd op compassie is
wat dit betreft helpend. Compassie met de onvolmaakte delen
van onszelf, en compassie met andere mensen, ook al is er
Besef van het niet-werkelijk-zijn (of ‘leeg-zijn’) van iets
of iemand ‘anders’ dan louter Bewustzijn. Leegheid en compassie
moeten onverbrekelijk samengaan, anders kunnen arrogantie
en isolement blijven overheersen.
Integratie, ook in het seksuele
Wat hiervoor beschreven werd over het tweede
niveau komt in feite neer op de noodzaak tot integratie. Een
van de gebieden waar integratie misschien wel het meest nodig
is is seksualiteit, de verhouding tussen de beide geslachten.
Waarom
het meest nodig? Omdat er waarschijnlijk geen kracht is die
meer klevend of hechtend is dan de seksuele, of liever gezegd
de seksueel-emotionele, het hele gebied waarin wij ons emotioneel
en lichamelijk toevertrouwen aan een ander persoon. Dit toevertrouwen,
in welke mate dit ook maar wordt aangedurfd, gebeurt vanuit
de behoefte om een einde te maken aan een diep gevoel van
iets te missen, van eenzaamheid en pijn. Bij dit toevertrouwen,
met alle kwetsbaarheid die dit met zich meebrengt, kun je
het meest intense genot beleven, maar ook de diepste psychische
pijn. Juist de combinatie van genot en pijn maakt dat het
seksueel-emotionele zo’n bindende factor vormt; het is misschien
wel de grootste obstructiemogelijkheid voor bevrijding. Vandaar
dat in veel tradities totale onthouding van seksualiteit aangeraden
of zelfs voorgeschreven wordt.
De
drie genoemde non-dualistische tradities, Advaita, Dzogchen
en Zen, schrijven niet perse celibaat voor, maar ze
zijn geen van drie bepaald uitgesproken over de seksuele kant
van het bestaan (en als ze het wel zijn, is dit vaak in negatieve
zin). Dit heeft tot gevolg dat juist waar de identificatie
met de persoon het sterkst is, op de kwetsbaarste plek, waar
je met lichaam en psyche geraakt kan worden door een ander
persoon en waar je je kinderlijke patronen van afhankelijkheid
en machtsdrift kan tegenkomen, de aanwijzingen ontbreken om
ook hier Besef te hebben van Non-dualiteit, van je wezenlijke
natuur.
Om deze reden wordt er bij de persoonlijke
begeleiding in de stichting wel aandacht gegeven aan het seksueel-emotionele,
om in ieder geval de mogelijkheid te bieden dat een oprechte
blik geschonken wordt aan iets dat geneigd is in het verborgene
een eigen leven te leiden. Als persoon ervaar je jezelf altijd
als ‘man’ of als ‘vrouw’: altijd is dit het uitgangspunt bij
de dualistische identificatie met het lichaam. Dit kan niet
genegeerd worden. Het man- of vrouw-zijn moet ten volle omarmd
worden, en verbonden met waarheid en liefde.
De
seksuele ontmoeting is op zich niet een hindernis voor
vrijheid; alleen het denken en fantaseren maakt dat deze iets
onzuivers kan zijn, iets dat mogelijk met macht en leugen
gepaard gaat, waardoor vrijheid bedekt blijft. Vandaar de
noodzaak om in de intieme ontmoeting alle gedachten en emoties
over te geven aan de Allerhoogste Levenskracht, zodat ze gezuiverd
kunnen worden.
Zo
kun je terugkeren naar werkelijke onschuld. Dan hoeft er niets
meer bedekt of verborgen te blijven, en straalt ook hier het
natuurlijke dat je bent. Dan kan er een bereidheid optreden,
of zelfs een enthousiasme, om alle geneigdheden aan
te kijken, ook in de gebieden die privé zijn en vaak
nog aan het eigen oog onttrokken.
De verdere vertalingen
Ook op een minder ‘direct’
gebied zijn er activiteiten in de stichting. Dit betreft vertaalwerk
dat niet per se gepaard gaat met een persoonlijke ontmoeting.
Een paar voorbeelden van dit verdere vertaalwerk zijn:
* Het vertalen en doen uitgeven van oorspronkelijke (bijvoorbeeld
klassieke) teksten van het Non-dualisme. Het is van belang dat
een aantal teksten in helder Nederlands beschikbaar komt waarin
de lezer het specifieke karakter van het Non-dualisme kan leren
kennen. Klassieke teksten kunnen, juist omdat ze de bron
zijn van alle informatie over Non-dualisme, ook een ‘ijkings’-mogelijkheid
bieden, om de waarde van een bepaald gegeven te kunnen toetsen.
Atmananda Upanishad en Ramana Upanishad zijn voorbeelden
van dergelijke teksten.
* Het uitgeven van teksten van Philip Renard.
* Het organiseren van lezingen voor de zogenaamde ‘buitenwereld’,
om het begrip ‘Non-dualiteit’ meer bekendheid te geven.
* Het stichten van een eigen Centrum, waar alle activiteiten
kunnen plaatsvinden. In dit Centrum kan een bibliotheek opgezet
worden, alsmede een archief en een informatie-ruimte, waar bijvoorbeeld
tijdschriften worden bijgehouden. Alles op het gebied van Non-dualisme
moet hier een plaats kunnen krijgen, om zicht te verschaffen
op zowel het universele ervan alsook het specifieke (dwz. datgene
wat in andere richtingen ontbreekt). Dit kan dienend zijn om
het onderscheidingsvermogen te trainen.
De Stichting Advaya wil een handvat bieden in het zicht op dat wat werkelijk hoofdzaak is en dat wat bijzaken zijn.
Philip Renard, 2000
Stichting Advaya
Voor inlichtingen kunt U terecht bij: Lutgart Driessen
telefoon: 030-6970190 of 06-50992775
adres:Walkartweg 11 ; 3701 HT Zeist